Writer in Residence 2012: Mercedes Abad

Barcelonese auteur verblijft 2 weken lang in Utrecht

Abadmercedes

Catalaanse meesteres van de ironie
Mercedes Abad (1961) wordt al jaren beschouwd als een van de grootste schrijfsters van Catalonië. Ze schreef onder meer romans, essays, toneelstukken en stadskronieken, maar haar onbetwiste specialiteit is het korte verhaal. “Ik ben absoluut een verhalenschrijver. Ik ben verknocht aan het korte genre; het geeft je totale vrijheid en je kunt in een verhaal gewaagdere dingen doen dan in een roman.”

Natmakend
Mercedes Abad werd geboren in Barcelona en debuteerde in 1986 met de erotische verhalenbundel Ligeros Libertinajes Sabáticos, waarvan de Nederlandse vertaling in 1991 verscheen met de titel Komkommers bij kaarslicht. In haar verhalen voert ze personages op die tussen de lakens van alle markten thuis zijn: fantasieën over Sherlock Holmes als lustobject, gepenetreerde taartjes, komkommerlievende dames, inwendig ontploffende champagneflessen… ‘Natmakend en erectie- veroorzakend,’ oordeelde de bekende Spaanse regisseur Berlanga over haar verhalen. Ze won er de literaire prijs ‘De Verticale Glimlach’ mee.

Harry Mulisch
Ook in haar latere werk haalde Abad een paar heilige huisjes omver. In Felicidades conyugales (Huwelijksgeluk) presenteert ze huwelijkse scènes als een nieuwe menselijke komedie en in de roman Sangre (Bloed) rekent ze af met religieuze dogmatiek. Haar succesvolle debuut gaf haar een levenslange liefde voor het korte verhaal mee. Zelfs haar romans lezen als een mozaïek van gecon- denseerde verhalen. “Ik schrijf in intense fragmenten. Ik mag me niet met mezelf vervelen als ik schrijf. Laatst las ik de roman Het Proces van Harry Mulisch. Daarin beschrijft hij het heel goed: als een schrijver met een verhaal begint, heeft hij min of meer een vaag idee. Hij wandelt in de mist. Je vertelt het verhaal dan eerst aan jezelf, want je hebt zelf ook geen idee wat je eigenlijk gaat vertellen. Toen ik met ‘Sangre’ begon wist ik alleen dat er een haat-liefde verhouding tussen een moeder en een dochter was, en dat zij op een gegeven moment elkaars bloed zouden drinken en Franco vermoorden. Daarna moet je het als schrijver maar gaan uitzoeken.”

Barokke taal
Abad schrijft in een Barokke stijl vol trefzekere formuleringen. Ze kiest haar woorden zorgvuldig uit. “Ik hou ervan de taal een beetje uit te rekken. Het is nu erg in de mode om zo sec mogelijk te schrijven. Ik hou echter van Nabokov die ik een groot stylist vind. Borges vond zelf dat hij een simpele stijl had maar ook zijn taal vind ik barok. Harry Mulisch schreef dat een mooie vrouw die wist dat ze mooi was, lelijk werd. Zo zou het ook zijn met proza. Ik ben het daar niet mee eens. Nabokovs proza is zich terdege bewust van de stilistische schoonheid, maar wordt daar beslist niet lelijk van. Tegenwoordig doen ze dat af als mooischrijverij, maar die mode gaat wel een keer over. Ik doe er in elk geval niet aan mee. Een beetje tegen de haren instrijken is toch altijd wel iets voor mij geweest.”

Abad is de vierde writer in residence van het Centre for Humanities in Utrecht. Eerder verwelkomden we de Italiaanse schrijver en cultuurfilosoof Claudio Magris (2009), de Nederlandse schrijver en essayist Bas Heijne (2010), en de Nederlands-Schotse auteur Michel Faber (2011).

Abad stelt zich op 21 april voor tijdens de opening van C2C en treedt op 29 april tijdens de Straat van de Literatuur in een Spaanstalig programma (met simultaanvertaling in het Nederlands) op in Instituto Cervantes.
Op 25 april geeft ze de Belle van Zuylenlezing, met aansluitend een vraaggesprek door auteur Herman Koch. In het festivalboek is een fragment uit Sangre te lezen in de Nederlandse vertaling van Helena Overkleeft.