Barcelona
Een stralend geval apart
De azuurblauwe zee, de heerlijke tapas, het ongeëvenaarde tikkie-takkie voetbal, de kleurrijke architectuur van Gaudí: alles aan Barcelona sprankelt en zo ook haar literatuur. Niet alleen bracht ze auteurs voort als Carlos Ruiz Záfon (1964), Eduardo Mendoza (1943) en Merce Rodoreda (1908-1983), maar ook kent ze talrijke literaire organisaties die gezamenlijk voor een bruisende literaire scene zorgen.
Zo zijn er vele literaire cafés als café (H)original dat wekelijks poëzieavonden organiseert en net als Utrecht is ook Barcelona in het bezit van een levendige poetry slam scene. Bedenk daarbij dat de meeste uitgeverijen en agentschappen zich de afgelopen jaren in de Catalaanse hoofdstad hebben gevestigd en je kan niet anders concluderen dan dat Barcelona het absolute literaire centrum van Spanje is. Maar de relatie van Barcelona met literatuur gaat nog verder dan dat: literatuur is al sinds jaar en dag rotsvast verankerd in de unieke Catalaanse cultuur.
Catalonië: een bijzonder buitenbeentje
De streek Catalonië en haar hoofdstad Barcelona horen bij het vanuit Madrid geregeerde Spanje. Dit moge zo zijn, voor de Catalanen zelf ligt dit toch wat anders. Sinds het ontstaan van het huidige Catalonië aan het begin van de 12de eeuw heeft ze constant op gespannen voet gestaan met het naburige koninkrijk Castilië en haar hoofdstad Madrid. De moeizame relatie tussen Barcelona en Madrid gaat dus veel dieper dan wat rivaliteit rondom een voetbalderby.
Ten opzichte van de rest van het grote Spaanse rijk zijn de Catalanen altijd buitenbeentjes geweest. Niet alleen vanwege hun voortdurende vete met de Castilianen, maar ook door hun bijzondere eigen cultuur. De Catalanen hebben hun anders-zijn door de jaren heen met volle overgave benadrukt en als middelpunt van Catalonië draagt Barcelona de unieke Catalaanse identiteit als geen ander uit. Zo is de typische Catalaans gotische bouwstijl nergens zo rijk vertegenwoordigd als in de Barri Gòtic (de Gotische Wijk) rondom de Catedral de Santa Eulàlia. En de spectaculaire gebouwen van Gaudi, zoals de Sagrada Família, Casa Batlló, La Pedrera en Park Güell getuigen van de modernistische stroming aan het einde van de negentiende eeuw waarin kunstenaars en architecten een typisch Catalaanse stijl probeerden te ontwikkelen.
Al deze architectonische hoogstandjes echter ten spijt, niks verbindt de Catalanen zo sterk als hun eigen taal: het Catalaans. De ontwikkeling van Catalonië en die van het Catalaans zijn door de jaren heen gelijk op gegaan. Gedurende periodes van onderdrukking zoals na de Spaanse Successieoorlog aan het begin van de achttiende eeuw verdween het Catalaans op de achtergrond. Over een andere zwarte periode, de Spaanse Burgeroorlog in de jaren dertig, zijn vele werken verschenen zoals De stemmen van Pamano van Jaume Cabré (1947) en Colometa van Merce Rodoreda (1908-1983). Op deze oorlog volgde de overheersing van de nationalistische dictator Francisco Franco die van de jaren veertig tot eind jaren zestig de intentie had de volledige Catalaanse cultuur met de taal voorop te elimineren. Maar Catalonië heeft ook bloeiperiodes gekend waarin het Catalaans steeds weer kwam opzetten. Zo was het aan het einde van de negentiende eeuw de voertaal van de Renaixença (de Catalaanse culturele wedergeboorte), en ook vandaag de dag wordt het Catalaans weer volop gebezigd.
De sterke Catalaanse literaire tradities
In een cultuur waarin de taal zo centraal staat als in de Catalaanse, speelt literatuur onvermijdelijk een zeer belangrijke rol. Zo komt de prominente positie van literatuur sterk naar voren tijdens de Diada de Sant Jordi (De Dag van Sint Joris, de beschermheilige van Barcelona) die elk jaar op 23 april gevierd wordt. Op deze dag, tevens internationaal omgedoopt tot Wereldboekendag, krijgen vrouwen traditiegetrouw rozen en mannen boeken cadeau, wat Barcelona doet transformeren tot één grote rozen- en boekenkraam. Een duidelijker voorbeeld van literatuur in de stad is haast niet te verzinnen.
Ook de Jocs Florals (de Bloemenspelen) vormen een traditie waaruit de eeuwenlange verbintenis van de Catalaanse cultuur met literatuur blijkt. Deze poëziecompetitie in de Catalaanse taal werd bijna 700 jaar geleden voor het eerst gehouden en heeft aan de bakermat van vele literaire carrières gestaan. Zo werd het literaire talent van de Catalaanse schrijfster Caterina Albert i Paradís (1869-1966), beter bekend als Víctor Català, pas voor het eerst erkend toen ze in 1898 de Jocs Florals won. Vandaag de dag vormt deze wedstrijd een onderdeel van het prestigieuze internationale poëziefestival Barcelona Poesia.
Barcelona in de literatuur
De relatie tussen Barcelona en literatuur werkt twee kanten op. Niet alleen is literatuur prominent aanwezig in de stad, maar Barcelona speelt ook een hoofdrol in vele literaire werken. De literaire reus Miguel de Cervantes (1547-1616) laat zijn held Don Quichot bijvoorbeeld in Barcelona de grote nederlaag lijden die hem uiteindelijk fataal zal worden. En ook na Cervantes verwerkten vele auteurs Barcelona in hun werk. Denk bijvoorbeeld aan het magnus opus van Eduardo Mendoza (1943): De stad der wonderen. Op meesterlijke wijze beschrijft Mendoza in dit werk de periode tussen de twee wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 via het leven van de gewone plattelandsjongen Onofre Bouvila die het tot machtigste man van Spanje weet te schoppen. En Carlos Ruiz Záfon (1964) gaat zelfs nog een stapje verder door Barcelona niet alleen als achtergrond maar zelfs als personage op te voeren in de wereldwijd ongekend succesvolle werken De schaduw van de wind en Het spel van de engel.
Het bovenstaande toont slechts een fractie van de onlosmakelijke verbintenis tussen literatuur en de stad Barcelona. In een bruisende en vernieuwende stad als Barcelona is steeds weer iets nieuws te ontdekken en dat geldt ook voor haar literaire kant. Maar één ding verandert niet: de literatuur in Barcelona is net zo stralend als de stad zelf.
(Tekst: Joska Berg)

